Buiten is’t beter.

- 0 Comment. in Stories

Als je niet alleen je schoenen maar ook je Sealskinz sokken kan uitgieten na een ritje, dan weet je: het was natter dan nat. En toch, buiten is beter aka ‘outside is better’, die populaire hashtag op het al even populaire medium Instagram. Dat digitale mooieplaatjesboek. Ik ben er fan van. Beelden van kronkelende gravelpaden, zalig glooiende asfalt, de ongelooflijke diversiteit van een bos of gewoon schone fietskes. Het inspireert en is een lust voor het oog.

Ik ben nu eenmaal een buitenmens. En dat is fietsen voor mij. Buiten zijn en landschappen zien voorbij glijden, op tijd en stond afgewisseld met een dartele koe of bleitend schaap. De rollen in mijn living, ze zijn geeneens de mijne, breng ik enkel in vervoering in tijden van revalidatie. Zoals na mijn sleutelbeenbreuk die het gevolg was van een onaangename kennismaking met de wielerpiste. Toegegeven, op zo’n momenten zijn zelfs rollen al de hemel op aarde. De eerste keer na een tijd van niet fietsen, terug die beentjes kunnen ronddraaien, met een stalen ros onder mij voelt dan heerlijk. De kleine dingen des levens…

Maar rossen zijn er om uitgelaten te worden, zelfs op dagen als vandaag waarop Zwift gloeiend heet staat en virtuele segmenten en KOM’s worden behaald. Die laatste zijn voor mezelve evengoed een virtueel gegeven gezien ik Strava-loos ben. En dus ook Zwift-loos. Doe mij maar de echte fietsbeleving met koeien en schapen en natte zeemvellen en alles erop en eraan. Want ‘there is no such thing as bad weather’, toch?

Aldus, na tien keer buienradar checken, besloten mijn vriend en ik het er toch maar op te wagen. We fietsen gewoon te graag. Hij nog harder en verder als mij, ultrafietser zijnde. En toch was ik het die hem vandaag verleidde. Om te gaan fietsen, moge duidelijk zijn. Hoewel aan dat andere verleiden ook wel een fiets te pas kwam, maar dat is een ander verhaal.

Zeemvel aan, banaan in de achterzak en bidons gevuld. Want misschien zag het er van binnenuit wel slechter uit dan het was. Eenmaal buiten bleek dat niet echt het geval te zijn. Maar soit, we hadden ons nu in die lycra gehesen en die fietsen roesten anders toch maar aan de vloer van diezelfde living waar de rollen redelijk onaangeroerd staan rol te wezen.

Met een regenvestje en semi-waterdichte beenstukken, want niets is echt waterdicht, zou het wel lukken. En dan, die eerste waterspetters op de achterste delen. Want neen, een spatbord zit niet op m’n koerspaard.

Op naar de vaart. Na een kwartier was bij het zien en voelen van zoveel nattigheid de nood hoog om zelf ook wat water te lossen. Dan maar even de berm in en wat water naar de zee, euh, goot dragen. Moet er nog water zijn?

Buiten een paar dappere in regenvest- en broek uitgedoste speed pedelecers komen we geen andere wielerzielen tegen. De felle regen en windstoten brengen m’n hartslag enigszins in de war. Het duurt dan ook even voor het ritme er echt goed in zit, maar dan plots is de vibe er helemaal en blijkt een interval sessie de ideale training bij dergelijk flandrien weer.

Twee uur later, losrijdend naar huis, na de noodzakelijke foto-voor-Instagram-stop, begint het lijf toch behoorlijk onderkoeld en vooral doorweekter-kan-niet te geraken. Thuisgekomen, die schoenen en kousen uitgegoten en de warme douche ingesprongen. Om vervolgens met een superfris hoofd m’n laptop open te slaan en productief te wezen. Want ja, buiten is echt wel beter en binnen is ook maar binnen.