Gewoon gaan. En blijven gaan.

- 0 Comment. in Stories

Zie het gewoon als een lange fietstocht, zei m’n lief. Als ultrafietser had hij makkelijk spreken. Voor mij zou het de eerste keer zo’n afstand, alleen, op gpx worden. Geen pijlkes dus die blindelings gevolgd konden worden. 247km, 80% off-road 20% op de baan en zo’n 2200hm. Die laatste voor het grootste deel in de eerste helft van het parcours van de Malteni Bootleggers. Een gravelrit, correctie, CX ofte cyclo-cross rit; en dat was te merken. M’n gravelbike had ik voor bepaalde secties maar wat graag geruild voor m’n mountainbike. Veringloos zijnde, schoot elke schok telkens tot in m’n staartbeentje naar boven en ver daar voorbij.

Maar ik zou het gewoon uitfietsen en daar al heel blij mee zijn. Een gelijkaardige afstand die ik ooit deed was de 210 km van les trois ballons, maar dat was met de koersfiets en op asfalt. Dit zou veel zwaarder worden. Noch los van hopelijk geen materiaalpech. Een band vervangen lukt wel, maar een tubeless band zou toch wat anders worden. Gelukkig heeft m’n fiets mooi z’n werk gedaan.

Gewoon lekker lang fietsen dus, niks om me druk over te maken, het was tenslotte toch allemaal voor het plezier. Een hobby zoals ze zeggen. Maar hoe dichter het event kwam, hoe onrustiger ik toch werd. En ik moest me nochtans rustig houden in de week ervoor. Nu ja, eenmaal daar zou de sfeer van het evenement de stress wel omzetten in positieve adrenaline. De startlocatie, een brouwerij (die van Brunehaut), hielp daar goed bij. De briefing waarbij het parcours, de verraderlijke klimmetjes en moeilijke stukken, nog eens werden overlopen, dan weer iets minder. Maar gelukkig was er bier. Want bier en fietsen, dat gaat goed samen. Toegegeven, de avond voordien heb ik het toch bij water en andere frisse drankjes gehouden.

Fris was ik bij de start om 6u ’s ochtends toch nog niet echt na een te korte nacht. Met zo’n 165 stonden we er, in het donker, lichtjes en fluo aan. De vrouwen, 14 dappere dames, van voor. Ik startte in de 2e ‘wave’. Nog maar net buiten de brouwerij was het al de vraag of het nu naar links of rechts was. Zeg niet te gauw… Maar goed de rest van de rit is zonder al te veel noemenswaardige navigatie problemen verlopen. Een korte sectie in het bos en een onaangename kennismaking met prikkeldraad daar gelaten.

Ik zou goed doseren en rustig beginnen. Niks daarvan. M’n hartslag schoot meteen de hoogte in, de adrenaline deed z’n werk. De tijdslimieten ook, want om die te halen moest ik toch een bepaalde gemiddelde snelheid aanhouden. En die zag ik in de eerste helft van het parcours stelselmatig dalen. De klimmetjes, understatement!, van de Ronde van Vlaanderen, zaten daar natuurlijk voor iets tussen. De Kluisberg, Koppenberg, Saint Aubert, Muziekberg, … Langs de off-road kant dan nog waar dat kon. Hoe zwaar het ook was, hoe mottig het ploeteren in enkeldiepe modder, ik bleef gaan. En de anderen ook. Het zalig lenteweertje en de mooie landschappen speelden een niet onbelangrijke rol daarbij.

Ik bleef zo gaan dat ik tijdens de rit zelfs geen foto’s heb genomen. Echt niet van mijn gewoonte, nogal actief op instagram zijnde. Maar ik wou geleidelijk aan niet gewoon uitrijden, ik wou het ook goed uitrijden en trachtte aan te pikken bij groepjes die een goed tempo reden. Uiteindelijk heb ik het grootste deel alleen gereden. Met af en toe een fijn intermezzo/kennismaking onderweg. Alleen en toch deel van een groep. Bij de bevoorradingen kwamen we weer samen en daar wachtten ongelooflijk vriendelijke vrijwilligers ons op met zoets waarmee ik ongegeneerd de achterzakken van mijn truitje volpropte. Bijna automatisch ging dat. Toekomen, checkpoint kaart laten afstempelen, bidons vullen, iets eten, en weer weg.

M’n bidons vullen gebeurde ook buiten die bevoorradingen. Op een gegeven moment zat ik zonder drinken en was het nog een eindje tot de volgende, en dan passeert daar toch wel een wielertoerist van ver voorbij de 60. Het muntwater uit zijn bidon smaakte hemels, nu ja alles op dat moment, zo’n dorst hebbende. En dan was er ook nog het water van de mobilhome toeristen van Parijs-Roubaix die al zaten te kamperen voordat de hel van het Noorden de dag nadien zou losbarsten. Want ja, ook wij kregen die kasseien voorgeschoteld op ons parcours. Toegegeven, iets beter verteerbaar op mijn 42mm banden dan de dunne koersbandjes van de profs.

Rond km 200 zat ik gezien de omstandigheden nog redelijk goed. En hoewel de eerder vooropgestelde tijdslimiet al was verstreken, hielden ze de checkpoints toch open. Wellicht omdat het parcours blijkbaar toch wel zwaarder dan vorig jaar was, bij de eerste editie. Het was dan dat mijn lief naar mij toe zou komen fietsen. Die was intussen al even als tweede gefinisht en zo zot om mij op te zoeken en het laatste deel samen te fietsen. Hij zou achteraf als held van de dag omschreven worden. Alweer een understatement.

Waar ik tot dat moment alleen, en af en toe samen, had gereden, was ik toch wel blij om dat laatste deel, het werd ook al donker, samen te rijden. Want ineens was die hamer daar en werd het toch wel lastig. Twee kilometer lijkt dan opeens eindeloos terwijl je er toch al 245 gemalen hebt. En dan toch ineens waren de lichtjes, niet van de Schelde, wel van de brouwerij daar. 15u49minuten na het moment dat ik aan de startmeet stond. Een gelukzalig gevoel, nog versterkt door het ontvangst comité en de medaille. En dan was er bier, hoe kan het ook anders.