Pizza als voorgerecht.

- 1 Comment. in Actueel, Stories

“Ja, graag voor elk een grote pizza”, zeiden we tegen de dame achter de toog in het dorpje Daleiden in Duitsland. Om vervolgens een kwartier later nog voor allebei een grote spaghetti te bestellen. De dame, en ook de rest van het cliënteel, trok al even grote ogen. Het leven van een bikepacker: continu energievoorraden aanvullen. Wat anders dan twee uurtjes op één bar een toertje doen. 

We zaten middenin wat voor mij één van de zwaarste fietsuitdagingen tot nu toe zou worden: A-cross the 3, een unsupported bikepack event in België, Duitsland en Luxemburg. Drie landen, vandaar de ‘3’, jawel. Unsupported dat betekent geen bevoorradingen, geen pijltjes, enkel de gpx track. Alleen jij en je fiets, je bepaalt zelf hoeveel je fietst, wanneer, waar en hoeveel je slaapt en eet. En ‘alles op de velo’ (zoals die van Cargo Velo het mooi formuleren): reparatiemateriaal, eten, drank, kleren, slaapgerief…. Neen, geen reserve fietsbroek noch tent, enkel een bivibag en het hoogstnoodzakelijke. ‘Travel light’, maar dan in het kwadraat.

Het parcours zou zwaar worden, dat wist ik want ik had een deel mee verkend. De parcoursmaker is namelijk m’n lief, hij organiseert het samen met een kompaan waarmee hij een gelijkaardig (maar nog langer) evenement eind augustus opzet: A-cross the 5, jawel door vijf landen. A-cross the 3 is 470km en zo’n 11.000 hoogtemeters. Het lijkt alsof ik de hele dag door aan het klimmen ben geweest. Het dalen gaat zo snel, dat je dat meteen vergeten bent. Je vergeet ook instant alles waar je tot daartoe mee bezig was, alleen jij en de natuur. Het parcours was immers bijna volledig off-road. Geen gravelritje, wel een uitdagend mountainbike parcours waarvan sommige deelnemers het waagden zelfs delen ’s nachts in het donker te rijden.

We startten zaterdag 28 april in Eupen. We, dat waren zo’n 20 deelnemers waarvan er 8 uiteindelijk de finish zouden halen. De rest waren DNF’ers, zoals dat heet, of did not finish-ers. Ik begon eraan samen met m’n lief. Hoewel zijn niveau stukken hoger is dan dat van mij, zouden we dit samen rijden. Alleen zou ik er (nog) niet aan beginnen, daarvoor is m’n bikepack ervaring nog iets te klein. Met twee scheelt mentaal toch wel wat, maar fysiek blijft het even zwaar. Je moet nog altijd zelf de pedalen rond krijgen. Dag 1 ging goed en alles verliep volgens plan. Al snel werd echter duidelijk dat je plannen in bikepacken constant moet aanpassen. We zouden rijden tot een hutje om daar te overnachten. Het was al donker toen we het bijna bereikten. Het lichtje in de verte verraadde dat een andere deelnemer ons voor was. Verder rijden dus tot we iets anders vonden. Dat werd een afdak aan een voetbalveldje. Overdekt, maar wel met het geluid van voorbij rijdende auto’s op de achtergrond. En verdomd koud. Bij twee graden sliepen we in onze bivibag. Hallo, lente? We waren dan ook al vroeg wakker en voor 6u weer op pad. Het was onwezenlijk om even later een andere deelnemer tegen te komen op een verlaten padje. Aan zijn gezicht te zien al even niet-uitgeslapen als ons. Maar 25km verder zou er koffie zijn bij de bakker die we zouden passeren. En boterkoeken en zo.

En dan, opnieuw, plannen aanpassen. De bakker bleek dicht. Gelukkig hadden we genoeg mueslibars om onze honger te stillen, maar energiedrank tipt toch niet aan koffie ’s morgens vroeg. De dag nadien hadden we meer geluk en vonden we als boven wonder een supermarkt die om 6u (jawel, in de ochtend) opende. Het hotel waar we sliepen hadden we al om 5u verlaten, het ontbijtbuffet lieten we aan ons voorbijgaan. Want ja, stormweer noodzaakte ons binnen onderdak voor de nacht te zoeken. Een wijze beslissing, want het heeft lelijk huis gehouden.

Als bikepacker krijg je op de duur voelsprieten voor onderdak en spot je overal ‘hutjes’ of andere slaapplaatsen. Want je weet maar nooit…. Als bikepacker moet je ook volledig je besef van tijd laten varen en gewoon doorgaan. Op dag 3, maandag, mikten we op de middag op een camping toe te komen. We zouden er pas om 15u arriveren, na een loodzwaar stuk in het parcours met hike-a-bike gedeeltes (letterlijk met je fiets wandelen). Maar je blijft doorgaan, ook al doet het pijn.

Ik heb het geluk gehad om het samen met m’n lief te doen. Niet omdat hij het parcours kende, wel om me op de lastige momenten aan te moedigen en een stukje van m’n bagage te dragen. Want het was toch wel één langgerekt uit je comfortzone moment, zo’n drie dagen lang.

Op maandagnamiddag, op die camping, besloten we via de baan naar de finish te rijden. Want via het off-road parcours zouden we nooit de finish op tijd halen. Dinsdag om 15u30 kwamen we terug toe in Eupen. We hadden er nog eventjes de klim naar één van de hoogste punten van België, Signal de Botrange, bij genomen. Het was blijven gaan. Zo’n 386km, 7700 hoogtemeters en 33u in het zadel. Een zware maar ongelooflijk mooie ervaring. Constant in de natuur, alleen jij en je fiets. Het smaakt naar meer dat bikepacken.

Anne De Smet.

  • Jan!

    “Neen, geen reserve fietsbroek noch tent, enkel een bivibag en het hoogstnoodzakelijke.”

    Een tweede fietsbroek ís hoogstnoodzakelijk, want als ge uw fietsbroek ‘s avonds uitwast, is ze ‘s morgens echt nog niet droog. En een ongewassen fietsbroek meerdere dagen dragen, dat is niet alleen ongezond maar ook ronduit smerig. ‘s Nachts wat laten verluchten is echt niet genoeg, hoor.

    Er is altijd plaats voor een extra fietsbroek. 🙂