Fietsen zit de Vlaming in het bloed maar het kan véél fietsvriendelijker.

- 0 Comment. in Actueel, Mobiliteit

Fietsen zit de Vlaming in het bloed. 9 op 10 Vlamingen heeft een fiets ter beschikking, 1 op 3 gebruikt die zelfs dagelijks. We fietsen vooral omdat het snel en gezond is. Er heerst grote tevredenheid over fietssnelwegen, maar veel minder over de algemene staat van de fietspaden en fietsroutes in dorpskernen. Voor een fietsvriendelijker klimaat vraagt de Vlaming meer vrijliggende fietspaden, veiligere kruispunten en het beter afstemmen van verkeerslichten. Dat zijn de voornaamste conclusies van FietsDNA 2018, het marktonderzoek dat Fietsberaad deed en dat vandaag wordt voorgesteld op het Fietscongres in Mechelen.

Wout Baert, coördinator Fietsberaad

Fietsen zit in het Vlaamse DNA

Eén op drie Vlamingen fietst dagelijks. 9 op 10 heeft toegang tot een fiets of deelfiets. Er zijn 2,3 fietsen per huishouden gemiddeld. Fietsen doen we vooral omdat het snel en gezond is, en milieuvriendelijk. De fiets is nog geen vanzelfsprekende keuze. De stadsfiets is het populairst (86%, waarvan 1 op 6 elektrisch), de bakfiets komt het minste voor (1 op 3 is elektrisch). Deelfietsen winnen aan populariteit, vooral in de steden.

‘De Vlaming was al lang een fervent recreatief fietser, maar herontdekt de fiets nu ook voor dagelijkse verplaatsingen. Naar school, naar het werk: het kan allemaal met de fiets en vaak ben je sneller dan met de wagen. Het Vlaamse investeringsbudget voor de fiets is nu opgetrokken naar recordhoogte, want we willen nog meer mensen nog vaker op de fiets’, aldus Ben Weyts, Vlaams minister van Mobiliteit.

Tevreden over fietssnelwegen, veel minder over fietspaden

Gebruikers zijn zeer tevreden over fietssnelwegen: de infrastructuur, de kwaliteit en de breedte zijn goed. Fietspaden daarentegen scoren veel minder goed: er zijn wel voldoende fietspaden, maar het algemeen fietscomfort of de kwaliteit is ondermaats. Zowel langs gewestwegen als in de stads- en dorpskernen kan het beter, oordeelt de Vlaming.
Opvallend is dat ook de voordelen om het openbaar vervoer en de fiets te combineren nog onvoldoende gekend zijn of gebruikt worden. Dat heeft ook te maken met de vraag naar een betere bewaking in de fietsenstallingen aan stations, 4 op 10 Vlamingen zijn hier helemaal niet tevreden over.

Vlaanderen kan fietsvriendelijker

De Vlaming wil veiliger en vriendelijker fietsen. 70% vindt dat de fietskwaliteit in stads- en dorpskernen moet verbeteren.

Dat kan door te investeren in vrijliggende fietspaden. Het draagvlak is er om dit te doen. ‘Als Vlamingen moeten kiezen tussen een parkeerplaats voor een auto of een breder fietspad, dan kiest de meerderheid voor een breder fietspad. Dat is zelfs zo voor één derde van wie nooit fietst’, aldus Jan Vermeulen, Voorzitter van Fietsberaad Vlaanderen.

Maar ook fietsroutes door wijken kunnen veiliger door minder doorgaand verkeer. ‘Enkel wie er een bestemming heeft, zou daar toegelaten moeten worden. Een zone 30 is een eerste stap, maar het volstaat niet’, zegt Vermeulen.

Ook kruispunten kunnen veiliger voor fietsers en verkeerslichten beter afgestemd. Veel werk voor de gemeenten en de Vlaamse overheid. Eerder bleek al dat slechts 42% van de fietspaden langs gewestwegen voldoen aan de normen die de Vlaamse overheid zelf opstelt. ‘Veel fietsgebruik vermindert dan wel het risico op dodelijke ongevallen, maar wegbeheerders moeten ook rekening houden met ongevallen die niet in de statistieken staan; het gaat dan om ongevallen zonder tegenpartij waar de manke infrastructuur mee de oorzaak van is. De inhaalbeweging die gaande is, moet nog versneld worden’, aldus Wim Dries, Voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw (VVSG). ‘Lokale besturen kunnen dit niet alleen, infrastructuurwerken kosten enorm veel geld en het bovenlokaal fietsnetwerk maakt gebruik van zowel gewest- als gemeentewegen. We moeten samen met de Vlaamse overheid een plan van aanpak uitwerken,’ voegt Dries eraan toe. Dat bevestigt ook Vermeulen: ‘Steden en gemeenten die sneller vooruit willen, zouden een convenant met de Vlaamse overheid moeten kunnen sluiten. Wie lokaal meer verantwoordelijkheid wil opnemen om snel en efficiënt fietsvriendelijke infrastructuur te realiseren, zou dat moeten kunnen doen.’

Dat een investering in fietsbeleid loont, blijkt bijvoorbeeld in de stad Sint-Niklaas. Nieuwe woonwijken krijgen een prioritaire verbinding met het centrum via een fietspad, de stad voerde net zoals Gent circulatiemaatregelen in én het wachten aan verkeerslichten werd aangenamer. Maar ook kleine gemeenten kunnen het verschil maken. Zo zag de gemeente Duffel het fietsgebruik stijgen en investeerde het sterk in de aanleg van fietsstallingen, zowel aan het station als in het centrum. Door het fietsgebruik goed op te volgen kon de gemeente de Vlaamse overheid overtuigen om te investeren in een bredere brug over de Nete die de stroom aan fietsers moet opvangen.